Heeft u een walnotenboom en vallen er vanaf de zomer steeds meer zwarte, slijmerige of aangetaste walnoten uit de boom? Dan is de kans groot dat u te maken heeft met de walnootboorvlieg (Rhagoletis completa).
De larven van deze vlieg leven in de groene bolster van de walnoot. Wanneer de larven volgroeid zijn, verlaten ze de walnoot en gaan ze de bodem in. Juist op dat moment komen nuttige aaltjes in beeld.
Met entomopathogene aaltjes zoals Steinernema carpocapsae kunt u de bodem rond uw walnotenboom biologisch behandelen.
100% natuurlijk – zonder chemische bestrijdingsmiddelen.
Walnootboorvlieg of walnootboorder?
Op internet worden verschillende namen gebruikt:
- walnootboorvlieg
- walnootboorder
- walnootboorvlieg
- walnootvlieg
- walnoot fruitvlieg
Zo gebruikt u aaltjes bij een walnotenboom
Stap 1 – Bepaal het gebied
Behandel de grond rondom de walnotenboom.
Neem daarbij niet alleen de stamvoet mee. Larven kunnen rondom de boom op verschillende plaatsen in de bodem terechtkomen.
Stap 2 – Maak de bodem vochtig
De bodem moet goed vochtig zijn voordat u de aaltjes toepast.
Aaltjes zijn afhankelijk van een waterfilm in de bodem om zich te kunnen verplaatsen.
Stap 3 – Los de aaltjes op in water
Meng de inhoud van het zakje met water volgens de gebruiksaanwijzing van het product.
Goed mengen is belangrijk.
Stap 4 – Verspreid over de bodem
Gebruik bijvoorbeeld:
- een gieter
- een drukspuit
- een geschikte sproeier
- een Easy-N-Spray
Verdeel de oplossing gelijkmatig over het te behandelen oppervlak.
Stap 5 – Na toepassing water geven
Geef de bodem na toepassing opnieuw water, zodat de aaltjes goed de bodem in kunnen trekken.
Laat de bodem daarna niet uitdrogen.
Wanneer kunt u aaltjes tegen de walnootboorvlieg gebruiken?
Het belangrijkste moment is wanneer de larven de walnoot verlaten en de bodem ingaan.
Dat is interessant omdat de aaltjes zich in de bodem bevinden en daar actief op zoek gaan naar geschikte insectenlarven.
Daarom is het belangrijk om niet alleen naar de volwassen vliegen in de boom te kijken.
De timing is belangrijk
De walnootboorvlieg kent één generatie per jaar. Volwassen vliegen verschijnen in de zomer. De larven ontwikkelen zich vervolgens in de bolster en gaan uiteindelijk naar de bodem om zich daar te verpoppen.
Een behandeling van de bodem is daarom vooral interessant rond de periode waarin larven uit aangetaste walnoten op de grond terechtkomen.
Hoeveel aaltjes heb ik nodig tegen de walnootboorvlieg?
De benodigde hoeveelheid aaltjes hangt af van het oppervlak dat u rondom de walnotenboom wilt behandelen. Het aantal walnotenbomen is daarbij minder belangrijk dan het aantal vierkante meters waarop de walnoten terechtkomen.
De larven van de walnootboorvlieg verlaten de aangetaste walnoten en gaan vervolgens de bodem in. Daarom adviseren we om vooral de bodem onder en rondom de walnotenboom te behandelen.
Onze richtlijn
| Te behandelen oppervlak |
Hoeveelheid aaltjes |
| Tot 20 m² |
10 miljoen |
| Tot 50 m² |
25 miljoen |
| Tot 100 m² |
50 miljoen |
| Tot 200 m² |
100 miljoen |
| Tot 500 m² |
250 miljoen |
| Tot 1.000 m² |
500 miljoen |
Heeft u bijvoorbeeld één grote volwassen walnotenboom waarvan de walnoten over ongeveer 50 m² op de grond vallen? Dan is een verpakking van 25 miljoen aaltjes geschikt voor dit oppervlak.
Bij een kleinere boom kan 10 miljoen voldoende zijn. Heeft u meerdere walnotenbomen of vallen de walnoten over een groter gebied, dan is het verstandig om de totale oppervlakte bij elkaar op te tellen.
Hoe bepaalt u het te behandelen oppervlak?
Kijk naar het gebied onder de boom waar de walnoten voornamelijk terechtkomen. Dit is het gebied dat u wilt behandelen.
U hoeft dus niet automatisch uw volledige tuin te behandelen.
Voorbeeld:
Een walnotenboom heeft een grote kroon en de meeste walnoten vallen binnen een gebied van ongeveer 8 meter × 6 meter.
8 × 6 = 48 m²
In dit geval kiest u een verpakking die geschikt is voor minimaal 50 m².
Liever iets ruimer behandelen?
Bij twijfel kunt u beter een iets groter oppervlak behandelen dan te weinig. De aaltjes moeten in de bodem terechtkomen op de plaatsen waar de larven van de walnootboorvlieg aanwezig kunnen zijn.