Blijf op de hoogte van de nieuws items!

27-2-2026

Bestrijdingsplan van de taxuskever

Herkennen en begrijpen van de plaag die taxuskever veroorzaken Taxuskeverlarven leven in de grond en vreten aan de wortels van struiken. Dit verklaart waarom uw struiken verwelken en nauwelijks bladeren hebben. Schadepatroon: Struiken verwelken, krijgen bruine of verschrompelde bladeren, groeien nauwelijks.

Stap 1: Inventarisatie van de schade (nu – maart/april)

  1. Controleer welke struiken nog leven:

    • Struiken met nog een paar gezonde blaadjes hebben nog kans.

    • Helemaal verschrompelde of afgestorven planten kunnen beter verwijderd worden.

  2. Graaf voorzichtig een klein stukje van de grond rondom de wortels op:

    • Kijk of er larven van de taxuskever zitten (wit, 2–3 cm, gekruld).

    • Noteer welke planten het meest zijn aangetast.

Stap 2: Biologische bestrijding met aaltjes (april – juni)

  1. Gebruik aaltjes (Steinernema feltiae of Heterorhabditis bacteriophora):

    • Uitstrooien op vochtig weer of na een regenbui.

    • Houd de grond vochtig 1–2 weken na toepassing (bv. regelmatig water geven).

  2. Herhaling:

    • Vaak moet dit 2–3 jaar achter elkaar gebeuren voor volledige bestrijding.

    • Beste periode: voorjaar en eventueel herhaling in augustus.

Stap 3: Verwijderen van zwaar aangetaste struiken

  1. Struiken die volledig verschrompeld zijn:

    • Verwijder de wortels zo goed mogelijk om nieuwe larven te voorkomen.

    • Composteer ze niet in de tuin; dit kan larven verspreiden.

  2. Eventueel de grond licht losmaken en vers bodemsubstraat toevoegen bij nieuwe aanplant.

Stap 4: Herplanting en preventie (lente – herfst)

  1. Kies minder gevoelige planten:

    • Hulst (Ilex), Lavendel, Hedera (klimop) zijn meestal beter bestand tegen taxuskevers.

    • Als u laurier of taxus wilt herplanten, combineer met aaltjes in de grond.

  2. Bodembedekking:

    • Houtsnippers of mulch verminderen dat kevers zich gemakkelijk in de bodem verstoppen.

Stap 5: Regelmatig onderhoud en controle (doorlopend)

  • Maandelijks controleren op nieuwe vraatschade.

  • Vochtig houden van de grond helpt aaltjes actief te blijven.

  • Eventueel in het najaar opnieuw aaltjes uitzetten als er nog larven aanwezig zijn.